Werken op de revalidatie afdeling

twee dames

Revalidatie afdeling

Bij een professioneel revalidatie afdeling hoort revalidatie klimaat te worden gewaarborgd. Het revaliderend klimaat op een revalidatieafdeling is erop gericht de cliënt zoveel mogelijk te stimuleren om zelf te werken aan zijn herstel. Naast de vaste therapietijden wordt cliënten gestimuleerd om zelf te oefenen met zaken die nodig zijn om weer zelfstandig thuis te wonen. De zorgmedewerkers zijn daarin stimulerend, ondersteunend en helpend, en bewaken de balans tussen therapie- en rustmomenten. Cliënten leren zelf te revalideren door hetgeen wat in de therapie geleerd is zoveel mogelijk in de praktijk toe te passen.
Denk daarbij aan zelf koffie of thee pakken, zelf een ontbijt / lunch klaar maken, zelf het bed opmaken, zelf verzorgen en zelfstandig naar het toilet gaan e.d.

Goed eten is tijdens revalidatie ook belangrijk. Daarom gaat vaak de voorkeur uit naar gezamenlijk eten. Dat heeft een aantal functies:

  • Socialiserende functie (met elkaar zijn, met elkaar praten, vriendschappen vinden).
  • Zien eten, doet eten.
  • Elkaar aanmoedigen
  • Elkaar helpen / ondersteunen
  • Stimuli prikkels: praten, luisteren, ruiken, zien, lachen, elkaar aanspreken.
  • Het beseffen dat jij niet de enige is met een problemen
  • Helpt relativeren.
  • Helpt structuur te bouwen en stimuleert je om je kamer te verlaten.

 

Bij revalidatie is een goede multidisciplinaire samenwerking met de diverse behandelaren erg belangrijk.
Aandacht voor een goede spreiding van therapie-tijden, het samen optrekken in een behandeling en signaleren van problemen op elkaars werkgebied, zijn wezenlijk voor een zo optimaal mogelijke behandeling.

CVA Unit

Na een CVA kunnen diverse hersengebieden aangedaan zijn.
Als de slikfunctie verminderd / afwezig is, is de cliënt vaak aangewezen op voeding in een afwijkende consistentie. Wat veilig is wordt beoordeeld door de logopedist.

Voeding met een afwijkende consistentie is vaak minder volwaardig en minder gevarieerd.

De diëtist en logopedist kijken samen op welke manier het eten en drinken zo aangepast kan worden dat het veilig en volwaardig is en daarnaast zo veel mogelijk tegemoet komt aan de wensen van de cliënt.

Sondevoeding

Er kunnen omstandigheden zijn waardoor iemand niet (voldoende) mag of kan eten. Dan kan er voor sondevoeding gekozen worden.
De diëtist berekend de behoefte en bepaald de soort, hoeveelheid en adviseert een manier van toedienen.
De logopedist beoordeeld het herstel van de slikfunctie en of orale voeding toegestaan is en in welke vorm.
Er komt een punt dat sondevoeding afgebouwd moet / kan worden.

Er is soms discussie over wie de beslissing neemt om sondevoeding te stoppen. Sommige logopedisten vinden dat hun advies het zwaarst weegt, soms denken diëtisten dat zij dit zouden moeten kunnen bepalen.
Uiteindelijk is de arts eindverantwoordelijk. Logopedist, diëtist en verpleegkundige adviseren. Ook de mening van de cliënt weegt zwaar.

ELV indicatie

ELV staat voor eerstelijnsverblijf. Binnen ELV zijn er drie vormen:

• laag-complex,
• hoog-complex en
• palliatieve terminale zorg

Bij ELV laag-complex is er sprake van enkelvoudige problematiek en blijft de medische eindverantwoordelijkheid bij een huisarts.
Bij ELV hoog-complex is er sprake van multimorbiditeit met behoefte aan behandeling door een multidisciplinair team, met als medisch eindverantwoordelijke een specialist ouderengeneeskunde of arts verstandelijk gehandicapten.
Palliatieve ELV geldt voor cliënten vanwege een terminale ziekte zeer intensieve zorg, begeleiding en zware pijnbestrijding nodig heeft, en wanneer de levensverwachting niet langer dan 3 maanden is. Ook is medische specialistische zorg noodzakelijk

Er is discussie over voedingszorg bij cliënten met een ELV indicatie. De ene zorginstelling declareert de diëtistische behandeling en eventuele drinkvoeding van alle ELV cliënten als 1ste lijnszorg via de basisverzekering. De andere zorginstelling behandel deze populatie net als de somatische cliënten en neemt alle kosten om zichzelf. Beide vormen zijn toegestaan.

Volgens het reglement komt ELV (hoog) overeen met een WLZ indicatie en moet ELV (laag) in de 1ste lijn gedeclareerd worden. Er wordt ook gesproken dat alles wat niet binnen de (directe) ELV zorgvraag valt via de 1e lijn loopt. In hoeverre voeding onder de zorgvraag valt is een discussie waard.